Waar buitenlandse toeristen deze zomer hun geld lieten rollen in Vlaanderen en Brussel
4 september 2026 10:47
Van Amerikaanse shoppers in Brussel en Nederlandse bezoekers in Limburg tot Britten in Ieper: buitenlandse toeristen hadden deze zomer duidelijk hun eigen favoriete bestemmingen en bestedingspatronen. Een analyse van Worldline, gebaseerd op betalingen met buitenlandse bankkaarten aan fysieke betaalterminals tussen eind juni en eind augustus 2026, toont hoe verschillend toeristische bestedingen over Vlaanderen en Brussel verspreid zijn. Eén opvallende constante? De Amerikaanse toerist springt er duidelijk bovenuit, vooral in Brussel en de Vlaamse kunststeden.
Brussel goed voor een kwart van alle buitenlandse bestedingen
Brussel blijft een belangrijke trekpleister voor internationale bezoekers. Ongeveer 26 procent van alle bestedingen met buitenlandse bankkaarten in België vond deze zomer plaats in het Brussels Gewest.
Amerikanen namen daarbij met ruime voorsprong de leiding. 42,7 procent van de buitenlandse betalingen in Brussel kwam van Amerikaanse bankkaarten. Frankrijk volgde met 16,6 procent, gevolgd door Nederland en het Verenigd Koninkrijk, elk goed voor 9,7 procent.
De dominantie van de Amerikaanse toerist is opvallend, want op nationaal niveau ligt hun aandeel een stuk lager. In de rest van België waren Amerikaanse bankkaarten goed voor 23,5 procent van de buitenlandse betalingen. Brussel spreekt dus duidelijk een sterk Amerikaans publiek aan.
De gemiddelde buitenlandse kaartbetaling bedroeg er 43 euro. Dat ligt iets onder het Belgische gemiddelde van 47 euro. Een mogelijke verklaring is het grote aandeel kleinere toeristische uitgaven in de hoofdstad, zoals een drankje op een terras, pralines, tickets of een snelle aankoop tijdens een stadsbezoek.
Amerikanen trekken ook in Brugge het vaakst hun kaart
Ook in Brugge, één van de populairste Vlaamse bestemmingen voor internationale bezoekers, staan Amerikanen helemaal bovenaan. 41 procent van de buitenlandse betalingen in de stad kwam van Amerikaanse kaarten.
Brugge was bovendien de absolute koploper voor buitenlandse bestedingen in West-Vlaanderen. 34 procent van alle euro’s die buitenlandse toeristen in de provincie uitgaven, werd in Brugge gespendeerd. Knokke-Heist volgde met 16 procent en Oostende met 11 procent.
De kust blijft in haar geheel bijzonder belangrijk voor het internationale toerisme: de volledige kuststrook was goed voor 49 procent van de buitenlandse bestedingen in West-Vlaanderen. In West-Vlaanderen lag het gemiddelde bedrag per buitenlandse kaartbetaling met 57 euro dan ook duidelijk hoger dan het Belgische gemiddelde. In Knokke-Heist liep dat gemiddelde zelfs op tot 70 euro per transactie.
Gent trekt het meeste geld naar Oost-Vlaanderen
Ook in Oost-Vlaanderen concentreerden buitenlandse bestedingen zich sterk in één stad. Gent was goed voor 59 procent van alle buitenlandse bestedingen in de provincie en was daarmee veruit de belangrijkste bestemming.
Van de buitenlandse betalingen in Gent kwam ongeveer 40 procent van Amerikaanse bankkaarten. Daarmee bevestigt ook de Arteveldestad de sterke aanwezigheid van Amerikaanse bezoekers in de Vlaamse toeristische toppers.
Het gemiddelde bedrag per transactie bedroeg er 43 euro, terwijl het provinciale gemiddelde rond 46 euro lag. Wie vooral naar het bedrag per afzonderlijke betaling kijkt, springt elders in Oost-Vlaanderen dan weer een andere bestemming in het oog: in Oudenaarde liep het gemiddelde op tot 74 euro per transactie.
Nederlanders zijn heer en meester in Limburg
In Limburg ziet het internationale bestedingslandschap er helemaal anders uit. Daar zijn het vooral onze noorderburen die de toon zetten. Nederlandse bankkaarten waren goed voor 47,1 procent van de buitenlandse uitgaven in de provincie.
Vooral in grensgemeenten is die nabijheid duidelijk zichtbaar. In plaatsen als Lommel en Pelt spelen Nederlandse bezoekers een bijzonder grote rol.
Ook binnen Limburg waren de verschillen tussen bestemmingen duidelijk. Lommel was goed voor 15 procent van alle transacties met buitenlandse betaalkaarten, gevolgd door Maasmechelen met 13 procent, Genk met 10 procent en Hasselt met 9 procent.
Het patroon toont mooi hoe grensligging een sterke invloed heeft op het buitenlandse publiek dat een regio aantrekt. Waar Brussel en de grote kunststeden een uitgesproken internationaal profiel hebben, komt in Limburg een aanzienlijk deel van de buitenlandse bestedingen van bezoekers uit de directe buurlanden.
Vlaamse Rand profiteert van nabijheid én zakentoerisme
Ook de Vlaamse Rand rond Brussel blijkt buitenlandse bezoekers vlot over de vloer te krijgen. Leuven was de populairste bestemming, gevolgd door Dilbeek, Sint-Pieters-Leeuw en Drogenbos.
In de Rand speelt naast recreatief toerisme ook het zakentoerisme een belangrijke rol. Dat zorgt voor een ander bestedingsprofiel dan in klassieke toeristische trekpleisters en illustreert hoe divers de buitenlandse bezoekersstromen in Vlaanderen zijn.
De grensligging bepaalt opnieuw mee wie er komt. In verschillende Vlaamse gemeenten dicht bij Nederland bestaat een groot deel van de buitenlandse bestedingen uit transacties met Nederlandse bankkaarten.
In Ieper zijn het vooral Britten
Niet overal zijn Amerikanen of Nederlanders de belangrijkste buitenlandse klanten. Ieper vormt een duidelijk eigen profiel, met vooral Britse bezoekers aan de top.
Dat sluit aan bij het sterke herdenkingstoerisme in de Westhoek. Het oorlogsverleden en de talrijke sites die herinneren aan de Eerste Wereldoorlog trekken er traditioneel veel bezoekers uit het Verenigd Koninkrijk aan.
Ook dat toeristische profiel wordt zichtbaar in betaaldata: verschillende bestemmingen trekken niet zomaar buitenlandse bezoekers aan, maar spreken bepaalde internationale doelgroepen veel sterker aan dan andere.
Oostenrijkers geven het meest uit per betaling
De frequentie waarmee een buitenlandse bankkaart wordt gebruikt, vertelt natuurlijk niet het volledige verhaal. Sommige nationaliteiten betalen minder vaak, maar geven per transactie aanzienlijk meer uit.
Oostenrijkers waren deze zomer de grootste spenders, met gemiddeld 127 euro per betaling. Chinezen volgden met 99 euro en Luxemburgers met 85 euro.
Het Belgische gemiddelde voor een buitenlandse kaartbetaling lag op 47 euro. De regionale verschillen zijn daarbij aanzienlijk: in Brussel bedroeg het gemiddelde 43 euro, terwijl dat in West-Vlaanderen opliep tot 57 euro en in Knokke-Heist zelfs tot 70 euro.
Een hoog gemiddeld transactiebedrag betekent dus niet noodzakelijk dat een bestemming meer buitenlandse bezoekers ontvangt. Het kan er ook op wijzen dat bezoekers er grotere bedragen uitgeven tijdens hun verblijf.
Een zomer in cijfers, geen exacte bezoekersmeter
De Worldline-analyse biedt vooral een interessante inkijk in het bestedingsgedrag van buitenlandse toeristen. De cijfers zijn gebaseerd op transacties met buitenlandse bankkaarten aan de fysieke betaalterminals van Worldline-handelaars.
Ze zeggen daarom niet hoeveel buitenlandse bezoekers een bestemming precies heeft ontvangen. Eén toerist kan meerdere transacties uitvoeren, terwijl een andere bezoeker misschien nauwelijks met de kaart betaalt. De data zijn dus geen bezoekersstatistieken, maar geven wel een waardevolle indicatie van waar buitenlandse bezoekers geld uitgeven en welke internationale markten in bepaalde regio's sterk aanwezig zijn.
En precies daarin schuilt de interessantste conclusie van deze zomer: Vlaanderen en Brussel hebben elk hun eigen internationale toeristische mix. Amerikanen zijn bijzonder aanwezig in Brussel, Brugge en Gent, Nederlanders domineren in Limburg en sommige grensgemeenten, Britten springen eruit in Ieper en in andere regio's blijven Franse bezoekers sterk vertegenwoordigd. De betaalkaart laat zo niet alleen zien hoeveel er wordt uitgegeven, maar ook hoe verschillend buitenlandse toeristen over ons land bewegen en consumeren.
Meer weten: Worldline